In oktober was de NAO-robot bij het onderzoeksinstituut van Taalwetenschap (het UiL OTS) van de Universiteit Utrecht op bezoek. Binnen het UiL OTS wordt vanuit het Babylab Utrecht onderzoek gedaan naar taalontwikkeling. Twee onderzoekers, Maartje de Klerk en Shalom Zuckerman, bedachten een onderzoek waarin proefpersonen (kinderen van 4-6 jaar) taakjes uitvoeren samen met de Nao-robot. De achterliggende gedachte is dat kinderen in een testsituatie (vaak) niet goed kunnen/durven laten zien wat ze werkelijk weten van hun moedertaal. Met de robot wordt een situatie gecreëerd waarin mogelijk de kinderen minder remming voelen, beter op hun gemak zijn waardoor ze meer praten. De context van het onderzoek was dat de robot (in het experiment noemden wij Nao “RNata”) van de planeet Nao kwam en wel heel goed “Naotiaans” sprak, maar nog niet zo goed Nederlands. Er werd de kinderen uitgelegd dat zij RNata zouden helpen Nederlands te leren en dat zij op hun beurt een aantal woorden in het Naotiaans zouden leren.

De taakjes werden voorafgegaan door een korte introductie met RNata, waarin ze liet zien wat ze kon (staan, zwaaien, zitten). De bedoeling van deze introductie was dat de kinderen zich wat meer op hun gemak zouden voelen, want sommigen vonden de robot best wel spannend.

Taak 1: Pseudowoorden

Het eerste taakje ging om het herhalen van zogeheten ‘pseudowoorden’ (non-word repetition task). Dit zijn woorden die niet werkelijk bestaan, maar wel voldoen aan het Nederlands klankopeenvolgingssysteem. Ze zouden dus wel kunnen bestaan. Het kind (of de testleider, als het kind wat verlegen was) liet RNata een kaartje zien met daarop een bekend object, zoals een bus of een jurk. RNata herkende dan middels Nao marks wat er op het plaatje stond, en vertelde dan hoe het in haar taal heette. RNata vroeg vervolgens of de kinderen dit pseudowoord wilden herhalen. Het was leuk om te zien dat veel kinderen erg enthousiast met dit taakje meededen en echt hun best deden de klanken na te bootsen. Kinderen die (erg) verlegen waren vonden het toch heel leuk om de kaart te laten zien. Het nazeggen van die gekke woorden bleef dan vaak wel een beetje te spannend.

Taak 2: Grammatical Judgment Task

In het volgende taakje (grammatical judgment task) kregen de kinderen en de robot weer een afbeelding te zien, en nu vertelde RNata in het Nederlands wat zij zag. Soms maakte zij hierbij een grammaticale fout (bijvoorbeeld: “de druiven is groen”, of “de meisje eet een pizza”). Het kind mocht aangeven of RNata het goed had gezegd, of dat het een beetje gek klonk. Het was interessant dat veel kinderen wel doorhadden dat er iets raars aan de hand was, maar dat ze moeite hadden de robot te corrigeren.

Taak 3: Voorlezen

Het laatste taakje was een voorleestaakje: RNata mocht luisteren hoe het kind een verhaal vertelde aan de hand van een boek met plaatjes. Voor onderzoekers is dit een waardevolle bron van spontane spraak. Bij deze taak werd de interactie met RNata minimaal gehouden. De meeste kinderen vonden het erg leuk om het verhaaltje voor te lezen en deden goed mee. Ook de verlegen kinderen vertelden rustig het verhaaltje. Sommige kinderen keken af en toe tijdens het voorlezen naar RNata, wachtend op een reactie. Omdat het moeilijk was zinvolle reacties van RNata van tevoren te bedenken, gaf RNata alleen aan het einde van de taak een reactie. Dit was soms wel jammer omdat kinderen wel interactie verwachtten.  

Opvallend was dat de kinderen goed meededen met het onderzoek, ondanks het feit dat sommige kinderen RNata toch echt wel spannend vonden en (erg) verlegen waren. Zelfs de meest verlegen kinderen klapten niet volledig dicht. In de meeste gevallen moesten de kinderen aan het begin wennen aan RNata. Naarmate we verder kwamen tijdens de testsessie, was te zien dat de kinderen wat losser werden en meer meededen. De reacties van de kinderen waren over het algemeen erg positief, ze vonden de robot erg leuk om mee te ‘spelen’. Het idee is om het onderzoek ook uit te voeren zonder RNata en dan de twee groepen te vergelijken om te zien of er verschillen zijn. Het zou mooi zijn wanneer RNata een positief effect heeft en de kinderen meer en beter durven te laten zien wat ze werkelijk kunnen en weten van hun moedertaal.

Meer over NAO in het Utrechtse BabyLab staat hier: